alt bg

Onze werkwijze

Een gezin wordt in de meeste gevallen aangemeld door de school, in samenwerking met het CLB. Van doorslaggevend belang is de vraag of het welbevinden, de betrokkenheid en de competenties van de leerling kunnen verbeterd worden door het gezin te versterken. Ouders kunnen zelf rechtstreeks om studieondersteuning vragen of via hulpverleningsorganisaties.

Een van de teamleden wordt de contactpersoon. Hij of zij brengt een kennismakingsbezoek aan het gezin en stelt de werkwijze voor. Van leerlingen uit het secundair onderwijs wordt een expliciet akkoord gevraagd. De ouders engageren zich om een- tot tweemaal per week de student te ontvangen en aanwezig te blijven tijdens de studieondersteuning.

Intussen gaat het projectteam op zoek naar een geschikte student voor het gezin. Bij een tweede bezoek stelt de contactpersoon student en gezin aan elkaar voor. Vanaf dat moment gaat de student een of tweemaal per week naar het gezin en realiseert een twintigtal studieondersteuningen gedurende ongeveer drie maanden.

De student is niet gebonden aan een vooropgezet programma. Hij gaat op een inventieve en creatieve manier te werk om het studeren tot een plezierige ervaring te maken. Deze vrijheid gaat gepaard met een degelijke ondersteuning door het team. Vooraf heeft de student een engagementsverklaring ondertekend, waarbij respect voor de privacy en de meldingsplicht in het kader van de bemoeizorg de kernpunten vormen.

Na de studieondersteuning, die ongeveer een uur duurt, komt de student naar ’t Scharnier voor een terugkommoment. Daar ontmoet hij medestagiairs uit verschillende disciplines (lerarenopleiding, maatschappelijk werk, sociale verpleegkunde, psychologieassistenten). Hij vult een checklijst in, die het team in staat stelt om de evolutie van de studieondersteuning te volgen. Onder leiding van zijn contactpersoon wisselt hij of zij ervaringen uit met andere studenten. De terugkommomenten vormen het kloppende hart van het project. Het zijn meestal geanimeerde leermomenten.

Indien het gezin hiervoor toestemming geeft, wat bijna altijd het geval is, gaat de contactpersoon op schoolbezoek. Hij of zij overlegt met zorgcoördinatoren of leerlingenbegeleiders, vaak in samenspraak met de klastitularis en een CLB-medewerker, dit alles met respect voor de privacy van het gezin. Samen zoeken ze naar mogelijkheden om de acties van de school en de studieondersteuners op elkaar af te stemmen. Belangrijk aandachtpunt hierbij is het contact tussen school en gezin. Dit zal immers de basis vormen voor het verder zetten van de zorg, nadat de studieondersteuning afgelopen is. Er komen immers maximaal drie studenten na elkaar.

De contactpersonen bezoeken elk gezin per periode en per gezin gemiddeld vier maal: voor het intakegesprek, het voorstellen van de student in het gezin, een tussentijdse evaluatie en een eindevaluatie. Tijdens elke periode volgen ze de student van nabij op de terugkommomenten. Op het einde van elke periode maken ze een schriftelijke evaluatie als voorbereiding op een evaluatiegesprek met de student en de stagebegeleiding van de hogeschool. Daarnaast bereiden ze het nazorgscenario voor en streven ernaar om een dialoog tot stand te brengen tussen gezin en school, wanneer die niet of onvoldoende bestaat.